Eerst begrijpen waarom, dan pas veranderen wat.
Dit is geen lijst met oefeningen. Het is een manier van kijken die je op elke hond en elke situatie kunt toepassen. Je vraagt nog steeds dingen van je hond, alleen begin je niet bij hoe los ik dit op, maar bij waarom reageert hij zo en waar komt dat vandaan.
Een hond die gehoorzaamt uit druk, doet dat alleen zolang die druk er is. Zodra er buiten iets spannenders gebeurt, valt het weg. Een hond die meedoet omdat hij dat zelf kiest, blijft het ook doen als het lastig wordt. Dat duurt langer om op te bouwen, en het is het enige wat standhoudt.
Drie vragen, altijd in deze volgorde
De volgorde is het belangrijkste deel. De meeste mensen beginnen bij vraag drie en vragen zich pas af waar het vandaan komt als niets werkt.
Wat gebeurt er echt?
Kijk niet alleen naar de reactie zelf, maar naar wat eraan voorafgaat. In de seconden ervoor bouwt het op, en precies daar kun je nog iets doen. Beschrijf wat je ziet zonder er een oordeel aan te hangen: de lijn staat strak, de oren gaan naar voren, hij hijgt terwijl het niet warm is. Zie je de opbouw, dan kun je de reactie voor zijn in plaats van hem op te ruimen.
Waar komt het vandaan?
Leeftijd, ras en verleden bepalen alles. Hetzelfde gedrag heeft bij elke hond een andere oorzaak, en die oorzaak bepaalt wat je eraan doet. Een hond die iets nooit geleerd heeft, vraagt om iets heel anders dan een hond die er een nare ervaring mee heeft.
Wat heeft hij nodig voordat ik iets vraag?
Pas hier komt training in beeld, en meestal blijkt de eerste stap iets anders te zijn dan je dacht. Vaak is het afstand, rust of duidelijkheid, en niet een nieuw commando.
Je bouwt van onder naar boven, niet andersom
Een hond die zich niet veilig voelt, kan niet rusten. Een hond die niet kan rusten, gaat jou niet vertrouwen. En een hond die jou niet vertrouwt, neemt niets van je aan zodra het spannend wordt.
Daarom werkt dezelfde oefening bij de ene hond meteen en bij de andere niet. Niet omdat de oefening slecht is, maar omdat er een laag onder ontbreekt.
Jij moet de trigger eerder zien dan je hond
Scan je omgeving. Zie jij de andere hond als eerste, dan heb je nog ruimte om afstand te nemen en te kiezen wat je doet. Ziet je hond hem eerder dan jij, dan loop je vanaf dat moment achter de feiten aan.
Jij ziet hem
Jij spot de trigger als eerste en neemt afstand zolang dat nog kan.
Je hond ziet hem
Van zo ver mogelijk. Je wacht af en laat hem registreren wat het is.
Jij helpt
Nu zet je in wat bij jouw hond het beste werkt: zoeken, een spel of een taak.
Fixatie
Boven de drempel neemt hij niets meer op. Alles wat je nu vraagt mislukt, tenzij je iets hebt wat meer waard is dan de fixatie. En die optie is er niet altijd.
Drie signalen voor de moeilijke momenten
Voor de momenten dat een gewoon commando niet meer aankomt, omdat de omgeving zwaarder weegt dan jij.
Hoe je ze opbouwt, wanneer je welke pakt en hoe je ze weer afbouwt, staat in de uitleg over deze drie signalen.
Je zegt zoek en gooit een snoepje op de grond. Het woord komt altijd eerst, zodat het woord op den duur genoeg is. Het snuffelen dat volgt haalt de spanning eruit.
Hetzelfde idee als zoek, maar korter: er hoeft niets gevonden te worden. Daardoor werkt het vooral als je hond nog wel mee kan, maar een zetje nodig heeft.
Vragen om oogcontact. Werkt zolang je hond onder zijn drempel zit en dus nog kan nadenken. Je wilt dat hij uit zichzelf blijft inchecken, zodat hij nergens in weg raakt.
Hoe je het zegt telt zwaarder dan wat je zegt
Een commando is een woord dat je hond moet vertalen terwijl er van alles op hem afkomt. In een druk moment komt dat er vaak niet doorheen. Een kort geluid en een kalme stem wel.
Jouw spanning gaat zo de lijn door. Ga je harder praten of sneller lopen, dan wordt de situatie voor je hond alleen maar groter. Laag, rustig en zacht praten doet meer dan roepen.
Fluiten, klakken met je tong of een kort pst. Het is korter dan zijn naam, het klinkt niet als een eis, en het komt ook binnen als hij half afgeleid is. Bewaar het voor de momenten dat je hem echt nodig hebt, anders went het.
Kort, altijd hetzelfde en niet boos. Een nee is informatie: dit niet. Zeg er meteen achteraan wat wel, zodat hij weet waar hij heen moet met zijn energie.
Eerst markeren, dan belonen
Dat zijn twee verschillende dingen. Het markeerwoord zegt dát het goed was. De beloning die daarop volgt zegt hoe goed het was.
Je markeerwoord. Je hond leert dat dit woord betekent dat hij de goede keuze maakte, en kijkt er meteen voor naar je op. Er volgt daarna bijna altijd iets, en wat dat is hangt af van hoeveel de keuze hem kostte.
Een brokje
Voor iets wat goed ging maar hem weinig moeite kostte.
Jackpot
Voor een keuze die hem duidelijk moeite kostte. Je ziet hem twijfelen tussen jou en zijn eigen plan, en hij kiest jou. Of hij doet iets wat hij normaal heel lastig vindt.
Zijn lievelingsspeeltje
Vooral voor honden die niet warmlopen voor snoepjes. De waarde zit hem in wat jouw hond echt wil hebben.
Een aai of een kriebel
Voor honden die graag contact hebben, en voor iets waar hij geen moeite meer mee heeft. Ook fijn als afwisseling tussen de andere opties.
De beloning moet meer waard zijn dan de omgeving
Werkt een brokje binnen wel en buiten niet, dan is dat brokje minder waard dan wat er buiten gebeurt. Pak dan iets wat hij echt bijzonder vindt, bijvoorbeeld stukjes kip of een konijnenoor. Wordt de omgeving minder spannend, dan mag de beloning ook weer gewoner worden.
Wat dit wel en niet is
Ik ben geen gedragsdeskundige en dit is geen cursus. Het is een manier van kijken, opgeschreven door iemand die het zelf heeft moeten uitzoeken.
Zoek op wat er bij jou speelt
Het raamwerk is de helft. De andere helft is zien hoe het uitpakt bij een echte hond in een echte situatie.
Bekijk alle onderwerpenLees Coco's verhaal →